IN GESPREK MET MARTIN LAMBERINK EN KARIN OONK

Toekomstbestendig telen in de praktijk: van inzicht naar uitvoering

Duurzaamheid bij Aviko: Trotse boeren

Proud Farmers

Binnen het Future Proof Farming programma werkt Aviko samen met telers uit Nederland en Frankrijk aan een toekomstbestendige aardappelteelt. Het programma biedt telers de ruimte om, vanuit hun eigen bedrijfscontext, stappen te zetten richting een duurzamere teelt. Daarbij bepalen telers zelf waar de focus ligt en welke maatregelen passen bij hun bedrijf en omgeving.

Hoe toekomstbestendig telen er in de praktijk uitziet, verschilt per bedrijf. De ervaringen van de Nederlandse telers Martin Lamberink (Bruchterveld) en Karin Oonk (Noordoostpolder) laten zien dat er geen vast recept bestaat voor toekomstbestendig telen. Wat wél centraal staat, is eigenaarschap: zelf richting geven, met ondersteuning waar dat helpt.

Ruimte voor eigen keuzes

Voor Martin Lamberink, die samen met zijn familie een melkvee- en akkerbouwbedrijf runt in het Sallandse Bruchterveld, is het belangrijk dat verduurzaming geen losstaand traject is. Het moet passen bij de dagelijkse praktijk van het familiebedrijf dat al sinds 1928 bestaat. “Wat ik er sterk aan vind, is dat het programma bottom-up is. Als teler bepaal je zelf waar je de focus legt en wat past binnen je eigen bedrijf.”

Ook Karin Oonk, akkerbouwer in de Noordoostpolder, herkent die ruimte. Op haar bedrijf van 52 hectare, waar zij aardappelen, tarwe, bieten, uien en wortelen teelt, helpt deelname aan het programma om met een frisse blik naar de teelt te kijken. Wat gaat goed, en waar liggen kansen om het slimmer of beter te doen?

Van inzicht naar uitvoering

Toekomstbestendig telen vraagt om meer dan ambitie alleen. Het vraagt ook om inzicht én de mogelijkheid om keuzes daadwerkelijk door te voeren. Juist die combinatie zien telers als de kracht van het programma. Voor Martin helpt het programma om bewuster af te wegen welke stappen logisch zijn om nú te zetten. Niet alles tegelijk, maar wel gericht en in een tempo dat past bij het bedrijf. Het programma fungeert daarbij als aanjager om plannen die al langer spelen, concreet te maken. Bij Karin zit de meerwaarde vooral in het verdiepen van inzicht. Door te meten en te analyseren wordt duidelijker wat het gewas nodig heeft om optimaal te presteren.

“Vaak doe je dingen omdat je ze altijd zo deed. Dit programma dwingt je om opnieuw te kijken: wat heeft het gewas écht nodig om goed te presteren?”

Duurzaamheid betekent daarbij niet automatisch minder input. Het gaat om efficiënt omgaan met wat je inzet, afgestemd op seizoen en omstandigheden. “Het is niet per definitie minder, maar beter en gerichter. Soms betekent dat terugschakelen, soms juist niet.”

Maatwerk in de praktijk

De ruimte voor eigen keuzes leidt tot verschillende accenten op de bedrijven. Bij Martin ligt de nadruk op bodem en water. Hij investeerde onder meer in geïntegreerd nutriëntenbeheer, ondersteund door N-mineraalmetingen en bladsapanalyses vanuit het programma, en in het verbeteren van de waterbergingscapaciteit van zijn percelen. “We hebben stappen gezet die al langer op de planning stonden. Door het programma konden we die gerichter en eerder uitvoeren. Dat zie je terug in de bodemstructuur en waterhuishouding, wat helpt bij zowel natte als droge omstandigheden.”

N-mineraalmetingen geven inzicht in de beschikbare hoeveelheid minerale stikstof in de bodem en wat er resteert na de oogst. Dit helpt telers om gerichter te bemesten wat leidt tot gezondere gewassen, hogere opbrengsten en een vermindering van risico op stikstofuitspoeling. 

Karin richt zich vooral op nutriëntenefficiëntie en watermanagement. “Door variatie in stikstofgiften stem je het stikstofgebruik af op de gemeten behoefte, die sterk afhankelijk is van voorvrucht en groenbemesters. Door het gebruik van vochtsensoren kan ik gerichter sturen op het moment en de hoeveelheid beregening. Dat draagt bij aan een stabiele gewasontwikkeling en een goede opbrengst, met name in de vroege groeifase.” Hoewel de maatregelen verschillen, is de gedachte erachter hetzelfde: beter begrijpen wat er in bodem en gewas gebeurt en de teeltstrategie daarop afstemmen.

Leren van elkaar, in en buiten het veld

De meerwaarde van het programma zit ook in het leren van elkaar en het uitwisselen van ervaringen. Beide telers ervaren die uitwisseling als waardevol, maar zien ook kansen om dit verder te verdiepen. Karin ziet vooral meerwaarde in leren in de praktijk.

“In het veld zie je wat maatregelen écht doen.”

Het belang van die praktische uitwisseling benadrukt Martin ook. Het zien van resultaten op andere bedrijven helpt om ideeën te toetsen en versnelt het leerproces. “We zouden veel meer van elkaar kunnen leren door bij elkaar een kijkje in het veld te nemen en ervaringen uit te wisselen.”

Stap voor stap vooruit

Met het oog op oogstjaar 2026 bouwen beide telers voort op de ingezette maatregelen. Martin kijkt verder naar optimalisatie  van bodemdruk en waterhuishouding. Karin ziet kansen voor driftreductie, met als doel het beperken van spuitdrift tijdens het spuiten van gewasbeschermingsmiddelen. Daarnaast is een gezamenlijke aanpak van nieuwe aardappelziekten, zoals SPN en RTD, van groot belang. Het is essentieel dat telers samen blijven verkennen wat in de praktijk werkt, met ruimte voor maatwerk en kennisdeling.

Het partnerschap met Aviko

De langdurige samenwerking met Aviko speelt bij Martin ook een belangrijke rol. Hij levert al zo’n kleine 40 jaar aardappelen, zowel frietaardappelen voor Aviko als aardappelen voor de productie van vlokken en granulaat bij Aviko Rixona. Het persoonlijke contact en het gevoel serieus genomen te worden dragen bij aan vertrouwen en openheid. “Dit partnerschap gaat verder dan alleen levering.”

Toekomstbestendig telen lukt alleen als alle partijen in de keten elkaar begrijpen, benadrukt Karin. “Telers weten wat praktisch haalbaar is in het veld. Die kennis is essentieel om gezamenlijke ambities daadwerkelijk waar te maken. Daar liggen in de keten nog volop kansen.”